| ‘T H E L E G E N D O F S A I N T J O S E P H O F T H E K I N G’S M A E D O W’ |
| ‘D E L E G E N D E V A N S I N T J O S E P H V A N D E K O N I N G S W E I’ |
| Joseph Hollander |
Joseph Hollander |
Steeds weer doemt dat beeld op van die kleine man die in zijn lange leren jas jaren door de stad zwierf. Steeds weer duiken er verhalen over hem op. Van zijn ijle wanhoopskreten op het oude station van Tilburg, van zijn eeuwige zwijgen tot en met zijn heiligverklaring: de legende van Joseph Hollander.
Joseph werd geboren 21 maart 1915 in de schaduw van het voormalige paleis van koning Willem II. Hij was de zevende van twaalf kinderen van het Vlaamse joods-katholieke gezin van Abraham Hollander en Anna Verbuecken. Zij woonden destijds in de levendige Tilburgse volkswijk: de ‘Koningswei’.
De legende begint bij de Tweede Wereldoorlog tijdens de deportaties van Joden uit Tilburg. Het verhaal speelt zich af op het perron van het station. Een rauw tafereel met rijen op transport wachtende mensen, waaronder zijn familie. Joseph moet zoveel ‘misbaar’ hebben gemaakt, dat de Duitsers hem lieten gaan. Wat er precies gebeurd is valt niet meer te achterhalen, maar wél dat zijn zus, haar man, hun kinderen, drie tantes, een oom en een nicht, later zijn vermoord in concentratiekampen. Wellicht hield Joseph aan deze oorlogsherinneringen een trauma over. Hoe dan ook, sindsdien zwierf hij de rest van zijn leven zwijgend door de straten van Tilburg, wat hem de bijnaam ‘Zot Joke’ opleverde. |
Time and again, that image looms of the small man who wandered through the city for years in his long leather coat. Time and again, stories about him surface. From his faint cries of despair at the old Tilburg station, from his eternal silence to his canonization: the legend of Joseph Hollander.
Joseph was born on March 21, 1915, in the shadow of the former palace of King William II. He was the seventh of twelve children of the Flemish Jewish-Catholic family of Abraham Hollander and Anna Verbuecken. At the time, they lived in the lively Tilburg working-class neighborhood: the ‘Koningswei’.
The legend begins during the Second World War, amidst the deportations of Jews from Tilburg. The story takes place on the station platform. A raw scene with rows of people waiting for transport, including his family. Joseph must have made such a commotion that the Germans let him go. Exactly what happened can no longer be determined, but it is known that his sister, her husband, their children, three aunts, an uncle, and a cousin were later murdered in concentration camps. Joseph may well have been left traumatized by these war memories. In any case, since then he wandered the streets of Tilburg in silence for the rest of his life, earning him the nickname ‘Zot Joke’. |
| ‘Zot Joke’ |
‘Zot Joke’ |
Joseph was een vast onderdeel van het Tilburgse straatbeeld, eenzaam dolend door de stad met die eeuwige jas en een juten zak konijnenvellen onder zijn arm. Een in zichzelf gekeerde kleine man, die als men hem aankeek zijn ogen neersloeg. Het liefst stond Joke bij een van de draaiorgels in de stad. Stil, soms met de voeten stampend. Alleen daar leek hij gelukkig. Deze markante figuur, die ‘geen vlieg kwaad deed’, werd allengs in de harten van de bevolking opgenomen. In de vijftiger en zestiger jaren woonde Hollander in de Van Speijkstraat, later verhuisde hij naar een hoekpandje aan de Poststraat.
Natuurlijk ging het de geestelijkheid opvallen dat deze man zijn leven lang zweeg. Dat hij niets zei was vreemd, bovenaards eigenlijk. De deken van de stad kreeg oog voor Joseph’s bijzondere gaven: zijn zwijgen en zijn talent om te luisteren, al was het naar orgelmuziek. Herhaalde testen om hem tot spreken te bewegen liepen op niets uit. De man zweeg, te verlegen om iemand aan te kijken, bedremmeld naar de grond starend. Dit was ongekend, hier moest vast een Goddelijke Kracht werkzaam zijn!
En dus werd de kerkelijke machine opgestart, bisschoppen kwamen bijeen, er gingen de brieven naar Rome, de Dicasterie voor Heiligenzaken deed de nodige onderzoeken en na een bijeenkomst van het college van kardinalen en paus Pistorius VI werd Joseph Hollander op maandag de 16e november 1959, een gure winterdag, de dag dat zijn vader overleed, zalig verklaard als de eerbiedwaardige ‘Iosephus de Prato Regis’. Zalig of niet, Joke heeft hier niets van geweten, hij had andere dingen aan zijn hoofd.
|
Joseph was a familiar sight in the Tilburg street scene, wandering alone through the city with that eternal coat and a burlap sack of rabbit skins under his arm. A small, introverted man who lowered his eyes when looked at. Joke preferred to stand by one of the city’s barrel organs. Silent, sometimes stamping his feet. Only there did he seem happy. This striking figure, who ‘wouldn’t hurt a fly’, was gradually accepted into the hearts of the population. In the fifties and sixties, Hollander lived on Van Speijkstraat; later, he moved to a small corner building on Poststraat.
Naturally, it began to strike the clergy that this man remained silent his entire life. That he said nothing was strange, otherworldly actually. The city dean took notice of Joseph’s special gifts: his silence and his talent for listening, even if it was to organ music. Repeated attempts to coax him to speak came to nothing. The man remained silent, too shy to look anyone in the eye, staring dejectedly at the ground. This was unprecedented; surely a Divine Power must be at work here!
And so the ecclesiastical machine was set in motion, bishops gathered, letters were sent to Rome, the Dicastery for the Causes of Saints conducted the necessary investigations, and after a meeting of the College of Cardinals and Pope Pistorius VI, Joseph Hollander was beatified on Monday, November 16, 1959 - a bleak winter day, the day his father died - as the Venerable ‘Iosephus de Prato Regis’. Beatified or not, Joke knew nothing of this; he had other things on his mind.
|
| Heiligverklaring |
Canonization
|
Als het daarbij was gebleven, was er niets aan de hand geweest. Joseph bleef door de stad zwerven. Zijn zaligverklaring echter was de stad niet ontgaan. Er werden kaarsjes opgestoken, schietgebedjes gepreveld, prentjes gedrukt, kapelletjes ingericht, missen opgedragen, bedevaarten ondernomen. Het arme Tilburg kon wel wat aandacht gebruiken. Er kwamen miraculeuze genezingen, huilende heiligen- beelden, doden die uit het graf opstonden en gevallen meisjes die ten hemel opstegen. De plaatselijke kermis was er niets bij.
Er werden hem wonderen toegedicht, van kleine tot heel grote, zoals het kampioenschap van Willem II.
Bij onheil werd hij aangeroepen, bij de brand van V&D, Christina Quinten, Cees Becht en de sloop van de ‘Koningswei’. De middenstand spon er garen bij. Tilburg werd een internationaal bedevaartsoord met de Heuvelse Kerk als centrum, volgens ingewijden vernoemd naar een zekere Joseph Hollander.
Ach, aan alles komt een eind, zoals bij elk wonder ebt de belangstelling ooit een keer weg. Tot verdriet van de lokale geestelijkheid die de kerken leeg zag lopen. Zijn dood (1993) echter bood nieuwe kansen. Geen monument, maar wél een heiligverklaring, pas mogelijk als men is overleden. Nu alleen nog een geloofwaardig wonder vinden. Men herinnerde zich nog dat het gezegende water dat Joke uit zijn raam in de Poststraat gooide plotseling bevroor. Dat moest toch ruim voldoende zijn. Aan de slag dus.
Op een zonnige zaterdag19 april 2003 werd Hollander door paus Paulus Johannes II heilig verklaard. Sindsdien wordt hij vereerd als ‘Saint Joseph of the King’s Meadow’. Zijn naamdag is op 26 februari en als u op die dag een stukje van zijn leren jas draagt kunt u een aflaat (hier verkrijgbaar) verdienen. En Joke? Die weet nog steeds van niets, hij droomt van nog altijd van draaiorgels en zwijgt voor eeuwig. |
If it had ended there, nothing would have happened. Joseph continued to wander through the city. His beatification, however, had not gone unnoticed by the city. Candles were lit, quick prayers whispered, pictures printed, chapels set up, masses celebrated, and pilgrimages undertaken. Poor Tilburg could certainly use some attention. There were miraculous healings, weeping statues of saints, the dead rising from the grave, and fallen girls ascending to heaven. The local fair paled in comparison.
Miracles were attributed to him, ranging from small to very large, such as Willem II’s championship win.
He was invoked during times of disaster, such as the V&D fire, Christina Quinten, Cees Becht, and the demolition of the ‘Koningswei’. The local business community profited from it. Tilburg became an international pilgrimage site with the Heuvelse Kerk as its center, named, according to insiders, after a certain Joseph Hollander.
Ah, everything comes to an end; as with every miracle, interest eventually wanes. To the sorrow of the local clergy, who saw the churches emptying out. His death (1993), however, offered new opportunities. No monument, but a canonization nonetheless, only possible after one has passed away. Now all that remained was to find a credible miracle. People still remembered that the blessed water Joke threw out of his window on Poststraat suddenly froze. Surely that should be more than enough. So, time to get to work.
On a sunny Saturday, April 19, 2003, Hollander was canonized by Pope John Paul II. Since then, he has been venerated as ‘Saint Joseph of the King’s Meadow’. His feast day is on February 26, and if you wear a piece of his leather jacket on that day, you can earn an indulgence (available here). And Joke? He still knows nothing; he still dreams of barrel organs and remains silent forever.
|
|